High heels en Karma

Na lang zoeken hebben we ons droomhuis gevonden.

Ik lig ’s avonds in bed te fantaseren over de inrichting. De kleuren van de muren in de woonkamer, de handgrepen van de knoppen van keukenkastjes en het behang in de slaapkamer. En het hoogpolig tapijt natuurlijk, want dat gaat komen – wat er ook gebeurt.

Maar voor het zover is, moet er worden geklust en ingepakt en opgeruimd. Vooral dat laatste is een probleem.

Ik roep altijd hard dat ik niet aan spullen hecht en dat mijn vriend de grote verzamelaar is van ons twee. Dus mijn handen jeuken om een einde te maken aan zijn persoonlijke kringloopwinkel die op zolder staat. Zijn mancave, zoals hij het liefkozend noemt. Verzamelingen die vergeten hobby’s laten herleven. Geen treinbaantje maar wel LP’s van The Beatles en The Dire Straits. Oude versterkers, een kapotte gitaar en dozen vol met oude studieboeken. Beteuterd staat hij te kijken als ik zonder aarzelen de spullen in dozen en vuilniszakken stop.

‘Die ga je niet weggooien hè?’ zegt hij geschrokken wanneer ik een oude Nintendo in mijn handen hou.
‘Nee joh, tuurlijk niet’, hoor ik mezelf geruststellend zeggen. ‘Ik rij straks naar de kringloopwinkel, dan heeft iemand anders er nog plezier van.’
Aan zijn houding zie ik dat hij het liefst alles wil houden maar dan geeft hij me een kus. ‘En wanneer is jouw schoenenpaleis aan de beurt?’ vraagt hij met een knipoog. ‘Morgen,’ beloof ik. Niemand komt aan mijn schoenen, denk ik

‘Oké,’ zegt hij. ‘Lief ben je. Ik zie je vanavond.’

Die middag ga ik als een bezetene tekeer op zolder en als ik op mijn tien centimeter hoge Gucci’s de trap af wil lopen met een paar opgestapelde dozen vol boeken in mijn armen, heb ik een visioen van een krantenbericht waarin staat dat er een vrouw dood is gevonden onderaan de trap te midden van oude Playboys en gefiguurzaagde poppetjes. Vermoedelijk was ze op slag dood.

Ik zet de dozen op de overloop en leg mijn killer heels (de naam krijgt in ineens een heel andere betekenis) in de bovenste doos tussen kapotte kerstverlichting, transformators en discolampen in. Als ik zes keer trap naar zolder op en af ben geweest, trek ik mijn gympies aan en laad mijn autootje helemaal vol met zijn stoffige zooi.

Het adres van de kringloopwinkel toets ik in op TomTom. Het is nog best een eind rijden en ik moet óók nog langs het nieuwe huis waar de bouwvakkers wachten op instructies. Als ik door onbekende straten rij, sluit ik aan bij een opstopping omdat een vuilniswagen de weg blokkeert. Wanneer ik eindelijk kan inhalen, zie ik dat het blijkbaar grofvuil-dag is. Op bijna iedereen hoek van de straat staat een berg huisvuil opgestapeld. Afgedankt en aan de straat gezet…

In een flits heb ik een eurekamoment. Ik overleg drie seconden met mezelf of ik het wel kan maken (het antwoord is ja) en ik trap op de rem als ik een paar opgestapelde dozen en een oude bevlekte bedbank op de stoep zie staan.

Vliegensvlug laad ik alle dozen weer uit en zet ze naast het afval op de stoep. De vuilniswagen komt net het hoekje omrijden als ik vol gas de straat uitrij.

’s Avonds kleed ik me snel om voordat we de stad in gaan om een hapje te eten. ‘Waar heb je mijn schoenen nu weer gelaten?’, vraag ik geïrriteerd aan mijn man die – in mijn ogen – een obsessief opruimer is. Ik heb mijn vraag nog maar net uitgesproken als ik met een schok mijn tweede inzicht krijg van die dag. Ik voel hoe mijn wangen kleuren en onder mijn oksel voel ik kleine speldenprikjes als ik denk aan mijn killer heels tussen de kerstverlichting en discolampen in.

Iets met Karma?